Voor groep 4
Niet springen op het waterbed
De klas ging naar een klein museum.
Niet met ridders.
Niet met dino's.
Met bedden.
Sam vond dat eerst geen museum.
"Ik zie mijn kamer elke dag", zei hij.
Maar binnen rook het naar oud hout en stof.
Dat hielp.
In de eerste kamer stond een bedstee.
Het was een bed in een kast.
Met deurtjes ervoor.
Het kind vond dat handig.
Als je kamer rommelig was, deed je de deurtjes dicht.
Naast de bedstee stond een hemelbed.
Met gordijnen langs de zijkant.
Mila fluisterde dat je daar kon slapen als een koning.
Sam zei dat een koning ook snurkt.
Daarna zagen ze een waterbed.
Er hing een bordje bij.
NIET OP SPRINGEN.
Dat bordje keek vooral naar Sam.
Buiten was een tuin.
Daar stond een hangmat tussen twee bomen.
Onder de bomen lag een bloembed met paarse bloemen.
Juf Noor zei dat bloembed een grappig woord was.
"Bloemen slapen toch niet?" vroeg Sam.
"Misschien overdag", zei het kind.
In de laatste hoek stond een stapelbed.
Boven lag een pop met een slaapmuts.
Onder lag niemand.
Dat vond het kind bijna jammer.
Later, in de bus, zat Sam bij het raam.
Zijn hoofd zakte langzaam naar voren.
Eerst een beetje.
Daarna nog een beetje.
"Hij gaat knikkebollen", fluisterde Mila.
Sam schrok wakker.
"Ik test het museum na", zei hij.
Niemand geloofde dat.
Maar iedereen lachte zacht.