Voor groep 6
Langs de gevels
We gingen met groep 6 naar Amsterdam.
Niet naar winkels.
Niet naar patat.
Volgens juf Noor gingen we architectuur bekijken.
Dat klinkt alsof gebouwen huiswerk hebben.
Ik ben het kind, en ik had een broodje in mijn tas.
Voor noodgevallen.
De trein was al vol bij het instappen.
Mees stond naast een man met een koffer.
Die koffer had meer ruimte dan wij.
Op het station rook het naar koffie en remmen.
De gids stond bij de gracht.
Hij wees naar de grachtengordel en zei dat die eeuwenoud was.
De huizen langs het water stonden statig naast elkaar.
Sommige gevels waren scheef.
Niet een beetje.
Meer alsof het huis iets wilde fluisteren.
"Is dat authentiek?" vroeg Mees.
De gids knikte.
Dat vond ik prettig.
Een nepoud huis voelt toch als valsspelen.
We kregen een opdracht.
Teken oud en hedendaags in één plaatje.
Ik tekende eerst alleen oude gevels.
Fout, zei mijn gum.
Verderop stond een historisch monument.
Het ging over Joods leven in de stad.
Daar moesten we stil bij kijken.
Dat lukte bijna.
Achter ons voer een boot met internationale toeristen voorbij.
Iemand zwaaide.
De klas zwaaide terug.
Juf Noor deed alsof dat niet massaal gebeurde.
Dat lukte niet.
We gingen langzaam verder.
Slenteren, noemde de gids dat.
In het raam van een glazen gebouw zag ik de oude huizen terug.
Oud en nieuw stonden door elkaar heen.
Alsof de stad niet kon kiezen.
Daar tekende ik mijn plaatje opnieuw.
"Oorspronkelijk stonden hier pakhuizen", zei de gids.
Op een bord stond het tarief voor de rondvaart.
Drankjes waren exclusief.
Daarvoor moest je reserveren.
Ik rekende uit hoeveel broodjes dat was.
Veel.
Amsterdam was levendig.
Bij het nationale museum werd het nog drukker.
Maar na twee uur gebouwen kijken dacht ik vooral:
Mijn broodje is ook cultuur.